Modelvliegen omvat het vliegen van op afstand bestuurbare schaalmodellen van vliegtuigen, helikopters en parachutisten. De modellen kunnen fantasie modellen zijn of echte vliegtuigen welke gedetailleerd op schaal zijn nagebouwd. Bij het vliegen worden de modellen bestuurd door een "afstandsbediening" die de "zender" wordt genoemd. De afmetingen van een gemiddeld model bij ons op de club liggen ongeveer tusssen 80 en 250 cm.

Deze geweldige hobby kent drie belangrijke activiteiten: het bouwen, het vliegen en het samen plezier hebben!
Dit kan allemaal van heel basic tot een zeer hoog niveau. Wanneer je begint met deze hobby kun je dan ook heel lang doorgroeien! Bij modelvliegen is heel veel mogelijk: luchtfotografie, het droppen van bestuurbare parachutisten (poppen), het vliegen met spandoeken, het afwerpen van (nep)bommen, enz.enz. Hieronder staat een korte beschrijving van de soorten modellen die we kennen en die aanwezig zijn binnen onze club:

 

Zweefvliegtuigen
Zweefvliegtuigen zijn er vanaf heel eenvoudig tot geavanceerde wedstrijdmodellen. Ze starten met behulp van een elastiek of lier en kunnen zelfs opgesleept worden door een motor model. Eenvoudige zweefmodellen zijn vanaf 2 kanalen te besturen (hoogte en richting) en door het ontbreken van een motor de goedkoopste vorm van radiobesturing. Zweefvliegtuigen zijn afhankelijk van warme opstijgende lucht, de zogenaamde thermiek, om in de lucht te blijven. 
Voordelen: Stil; kan relatief goedkoop
Nadelen: Vluchtduur is afhankelijk van de thermiek

 

    



Elektro zweefvliegtuigen

Elektro zweefvliegtuigen vliegen makkelijker: je kan er lekker rustig mee zweven als een pure zwever, maar als je te laag bent gedaald zet je even de motor aan en snor je weer naar veilige hoogte.

Een zweefmodel met motor en accu is wel zwaarder dan een model zonder motor en zal dan ook sneller hoogte verliezen.
Voordelen: Stil; langere vluchtduur door hulpmotor
Nadelen: Zwaarder en kostbaarder dan een zweefmodel zonder motor

 

 

 

Motor modellen

Binnen de soort motor modellen onderscheiden we een aantal typen:
Trainers: dit zijn meestal simpel te bouwen hoogdekkers met gemoedelijke vliegeigenschappen
“Gewone” motormodellen: snel, groot, klein, enz.
Schaalmodellen: dit zijn gedetailleerde modellen welke een kopie zijn van echte bestaande toestellen
Moderne accu’s en elektromotoren zorgen ervoor dat je tegenwoordig bijna net zo gemakkelijk met elektro als een verbrandingsmotor de lucht in gaat; de prestaties en vluchtduur doen niet veel meer voor elkaar onder.

 

 




Helikoptermodellen


Helikoptermodellen zijn technisch heel mooi en vragen weer hele andere vaardigheden. De besturing geschiedt over 5 kanalen tegelijk en ze hebben niet de zelfstabiliteit van een vliegtuig, waardoor je voortdurend bij de les moet blijven. Maar als je het vliegen met een helikopter eenmaal onder de knie hebt dan is het een prestatie van formaat. Ook helikopter-modellen kunnen worden aangedreven door elektromotoren of brandstofmotoren.

 

 

  

 

 

 

 

 

Turbinemodellen
Turbinemodellen worden aangedreven door echte kleine straal turbine motoren. De prestaties van deze modellen zijn natuurlijk hoger als die van een normaal model dus stellen ook hogere eisen aan de ervaren bouwer en vlieger. De kleine “straaljagers” ogen en klinken realistisch maar het geluid is verassend stil te noemen. Binnen onze club is al wel een turbinemodel aanwezig maar aangezien hier een speciaal brevet voor noodzakelijk is wordt hier bij ons nog niet mee gevlogen.

 

 

 

Parachutisten

Ook het parachutespringen is binnen onze club inmiddels een regelmatig terugkerende activiteit. Een pop met rugzak met daarin een parachute wordt aan een modelvliegtuig bevestigd en op grote hoogte “afgeworpen”. De armen van de pop welke de stuurlijnen van de parachute vasthouden zijn op afstand bestuurbaar. Hierdoor is het mogelijk om de pop met parachute in de lucht te besturen en op die plek te laten landen die men zelf wil (nou ja, ongeveer dan). 

 

 

 

 

 

 

Brandstof versus elektrovliegen

Nog even een kleine toelichting over de motoren. Een model kan dus worden aangedreven door een brandstof- of elektromotor. 

Een brandstof motor loopt meestal op een mengsel van methanol met nitro en olie of benzine met daaraan een deel olie toegevoegd. Het model is dan ook voorzien van een tank en de carburateur wordt aangestuurd middels een elektrische servomotor (stappenmotor). Het voordeel van een brandstof motor is dat men met een paar liter al gauw de hele dag kan vliegen. 

Een elektromotor wordt aangedreven door een hoog vermogen accu, een zogenaamde “lipo” (dit staat voor lithium polymeer en zegt iets over de chemische samenstelling van de accu). Deze motoren en accu’s zijn de laatste jaren sterk verbeterd in prestaties en gewicht. Hierdoor is dit een goed alternatief geworden voor de traditionele brandstof motor. De elektromotor wordt aangestuurd door een zogenaamde “regelaar” welke het toerenaantal van de motor regelt. De belangrijkste voordelen van elektrisch vliegen zijn dat het stiller en schoner is. Nadelen zijn het niet realistische geluid dat een elektromotor produceert en de lange laadtijd van een accu.

De meeste leden van onze club hebben een redelijke voorkeur voor het één of het ander. Wat nu beter is kan eigenlijk niet gezegd worden, dit is echt een kwestie van persoonlijke smaak en voorkeur.